Een aanzoek

Vandaag was het zover. Hij was zenuwachtig. ‘Doe normaal,’ zei hij tegen zichzelf, ‘het is geen sollicitatiegesprek.’ Maar ergens voelde het wel een beetje zo. Wekenlang had hij aan zijn speech gewerkt en de laatste dagen had hij hem constant gerepeteerd in zijn hoofd.
Hij zuchtte.
‘Gaan we nou zo?’ klonk het van boven.
‘Ja liefje, ik ben klaar hoor.’
Ze gingen samen uit, dat was onderdeel van zijn plan. Eerst naar het bos, beetje wandelen, dat leek hem romantisch met alle herfstkleuren die er al waren.
Het was een klein uur rijden maar na tien minuten stonden ze vast, file.
‘Konden we niet via een andere route?’ vroeg ze. ‘Of heb je niet gekeken?’
Hij was het vergeten, zijn hoofd zat bij andere dingen. ‘Nou ja, het scheelt niet zoveel hoor.’
‘Nou, ik vind zeventien minuten op drie kwartier best veel.’
Na ruim een uur waren ze er.
Zwijgend liepen ze door het bos, het motregende heel zachtjes.
‘Het regent.’
‘Heel kleine beetje toch maar…’
‘Nat is nat.’
Hij schraapte zijn keel. ‘Zeg ik uh… ik ben heel blij met jou.’
‘Kijk nou, wat veel paddenstoelen. Wow, dat is een grote familie. Dat zie je niet vaak zeg. Sorry, wat zei je?’
‘Nou, dat ik heel blij met je ben, met ons, dat je me altijd zo goed steunt en voor me zorgt en zo.’
Ze keek hem aan. ‘Wat doe je raar, heb je wat ofzo?’
‘Nee, maar het is toch mooi als je zoiets tegen elkaar kunt zeggen. We zijn druk en dan zeg je dat niet vaak genoeg misschien en…’
‘Waar gaan we borrelen eigenlijk, ik heb een beetje trek.’
De moed zakte hem in de schoenen. Wat ben ik toch een suffe lul.
Hij zweeg terwijl zij elk blaadje, beestje en ritseltje beschreef alsof hij er niet naast liep.
Eerst maar een borrel, hij zou het later nog eens proberen.
Na de witte wijn en de bitterballen gingen ze naar het hotel dat hij als verrassing had geboekt.
‘Een hotel? Waarom, we zijn toch vlakbij huis?’
‘Zomaar,’ zei hij, ‘om eens wat anders te doen. Leuk toch?’
‘Ja hoor, leuk, het is natuurlijk voordeliger door de week.’
In de hotelkamer lagen de rozenblaadjes die hij had besteld op bed. Hij glimlachte naar haar.
‘Oh, die blaadjes weer. Leuk zeg, maar ik ga nu eerst ff kakken.’
Hij zuchtte.
Terug van het toilet plofte ze op bed. ‘Ik ben kapot.’
Hij vatte moed. ‘Liefje, we zijn nu alweer zes jaar samen.’
‘Zeven, we zijn zeven jaar samen.’
‘Ok, zeven. En ik ben heel blij dat dat zo is, en ik wil dat nog veel langer. Eigenlijk gewoon voor altijd en eeuwig…’
Hij probeerde de ring uit zijn kontzak te halen, maar die zat vast.
‘En dan niet als mijn vriendin, maar als…’
Hij wilde op één knie gaan maar het bed stond te dicht bij de muur. Dit is niet goed voor mijn rug dacht hij en worstelde verder met de nog steeds vastzittende ring.
Ze lag naar hem te kijken en hij vroeg zich af wat ze dacht.
‘Of je dus met me wil trouwen.’
De ring schoot uit zijn broekzak rakelings langs de lamp, hij ving hem nog net.
‘Wil je mijn vrouw worden?’ vatte hij zijn zorgvuldig opgebouwde speech nog een keer samen en vroeg zich af hoe hij weer overeind moest komen.
Ze zweeg en bleef kijken.
Toe nou, dacht hij.
‘Ja natuurlijk, schatje’, zei ze eindelijk en gaf hem de glimlach waar hij voor gevallen was. ‘Tuurlijk, je bent mijn prins.’
Hij zuchtte weer, wurmde zich omhoog en ging naast haar liggen.
‘Hè hè, wat een gedoe zeg. Ik ben kapot.’
Ze lachten samen.

Terras Terreur

De verhalen
De vrouw komt op moeilijke hakken, samen met haar man, richting het kleine Franse terras waar wij ook zitten. Ze…
Lees meer

Een idylle

De verhalen
Ik word gebeld, het is Pleuni. Het telefoontje verbaast me want ze woont tegenwoordig ver weg, zo ver, dat bellen…
Lees meer

Marga de Waard

Op luchtige toon schrijf ik korte verhalen over universele onderwerpen als liefde, vergankelijkheid en het menselijk tekort. De verhalen zijn soms melancholisch, soms hilarisch, vaak herkenbaar maar altijd relativerend.