Een idylle

Ik word gebeld, het is Pleuni. Het telefoontje verbaast me want ze woont tegenwoordig ver weg, zo ver, dat bellen of appen niet meer vanzelfsprekend is.
Twee jaar eerder ontmoette ze tijdens een vakantie op een idyllisch eiland een mooie, donkere prins met een glimlach waar ze acuut voor viel. De foto’s van zowel hem als het eiland waren absoluut jaloersmakend. Haar ingesproken verhalen op de groepsapp ook. Ze vertelde in geuren en kleuren over de ongerepte natuur met de turquoise zee waar ze doorheen waadde met haar nieuwbakken prins alsof ze figuranten in een romannetje waren.
Ze beschreef dieren die ze zelfs niet kende uit een Netflixserie. De ervaringen met de meer dan vriendelijke bevolking deden ons, de vrienden, watertanden naar een leven zonder de heksenketel van sociale media, fomo, werkdruk en daten.
Over de prins raakte ze ook niet uit gezwijmeld, hij was geweldig in álles en hij zoende zoals ze nog nooit gekust was. Hij riep verlangens in haar op die na seriële teleurstellingen in de liefde in Nederland een beetje zoekgeraakt waren.
We zwijmelden mee op afstand, zie je wel, liefde overstijgt alles, dat het nog bestaat, wow. We tetterden gewoon mee want een mooie vakantieliefde is leuk.
Toen ze weer thuis was bleken we ons te hebben vergist in de diepte van haar gevoelens; de liefde verschraalde niet tot een herinnering voor later.
Er volgde een drastische versie van Ik vertrek, in september van datzelfde jaar verkocht ze haar huis, haar spullen, nam ontslag, kuste iedereen vaarwel op een haastig afscheidsfeestje en vertrok naar haar prins, ons in twijfel achterlatend.
Was het niet een beetje snel? Een beetje ver, een beetje grote overgang van een AA+ appartement met vloerkoeling naar een houten huisje zonder serieuze voordeur en een gemiddelde temperatuur die vijftien graden hoger lag dan hier?
Maar het ging goed, verrassend goed. Soms appte ze foto’s vanuit de lobby van het enige hotel op het eiland met krakend internet.
Wow, dachten wij, de vrienden, het kan dus toch en we legden ons neer bij de nieuwe feiten met allerlei vage beloften over contact houden en van haar opzoeken op het eiland. Maar meer werd minder want uit het oog uit het hart is geen loze belofte.
‘Ik ben terug,’ zei ze goed verstaanbaar.
‘Joh,’ zei ik, niet in staat tot iets beters. ‘Maar je had het zo leuk, toch?’
‘Ja, het begon als een sprookje… maar uiteindelijk voer je samen een huishouding, net als hier. In Nederland steggel je over wie de vaatwasser uitruimt, over rekeningen en naar welke verjaardag je nu weer moet. Vervang de vaatwasser door geiten in de kamer omdat een hekje er maar niet komt, rekeningen zijn er niet, insecten zo groot als je hand wel. En iedereen liep de ontbrekende deur plat, privacy bestond niet. In die warmte!
En echt hoor, het was op zich heerlijk om eenvoudig te leven maar ik kreeg er ook rugpijn van, van de knetterharde krukjes en van het eindeloze wroeten in de biologische moestuin. En leven met de seizoenen klinkt goed maar als dat het enige is wat er gebeurt…’
‘En de prins?’
‘De prins bedoelde het goed maar hij had niet zo’n oog voor mijn behoeftes. Eigenlijk was er niet zoveel anders aan hem dan aan de mannen waar ik eerder mee samenwoonde, mannen zijn verrassend universeel blijkbaar. Hij zag er alleen beter uit.’
Ik hoor iets van spijt in haar stem.
‘Maar als ik dan toch mezelf moet uitleggen doe ik dat liever vanuit een comfortabel appartement met een voordeur en horretjes voor het raam om alles waar je geen trek in hebt buiten te sluiten. Ik heb een nieuw appartement gekocht en nul spullen, ga je mee naar de woonboulevard? Kunnen we beetje bijkletsen…’
De idylle was aan scherven.

Terras Terreur

De verhalen
De vrouw komt op moeilijke hakken, samen met haar man, richting het kleine Franse terras waar wij ook zitten. Ze…
Lees meer

Hard gelach

De verhalen
‘Zo, ben je daar weer?’ Een retorische vraag, de twee vrouwen treffen elkaar iedere ochtend op de waterbus. De ene…
Lees meer

Marga de Waard

Op luchtige toon schrijf ik korte verhalen over universele onderwerpen als liefde, vergankelijkheid en het menselijk tekort. De verhalen zijn soms melancholisch, soms hilarisch, vaak herkenbaar maar altijd relativerend.