‘Ik denk dat ik reïncarneer als enge tor, als straf. Zo’n groen glanzende met ogen die los van elkaar bewegen.’
‘Wat heb je gedaan dan?’
‘Ik ben een slechte dochter.’
‘Sla je je moeder?’
‘Nee, maar ik vind haar onprettig en wil niet in haar buurt zijn. Maar dat mag je niet eens dénken laat staan voelen.’
‘Ze heeft misschien ook wel iets gedaan dat het zo voelt.’
‘Oh ja, mijn moeder verdraait de waarheid net zo makkelijk als ze pannenkoeken flipt. Alles voor publiek. Ze is koningin van het rollenspel met een voorkeur voor die van slachtoffer. Ik heb ook een rol in haar theater, die van ‘dat kind dat een teleurstelling bleek’. Ze verwijt me nog steeds dat ik haar als driejarige geen kusjes wilde geven. Scherp van mezelf, vind ik, maar goed, zij kreeg de meewarige blikken, ik de verwijtende. Ik wist nooit precies welk stuk er draaide dus sloop ik op kousenvoeten door het huis met constant een vinger in de lucht om te voelen uit welke hoek de wind waaide.’
‘Voilà, dat moeten moeders niet doen, dan verspelen ze de liefde.’
‘Maar weet je wat het is, ik ben na al die jaren geen stap verder gekomen. De rollenspellen en de teleurstelling zijn onveranderd en ik sluip nog steeds op kousenvoeten rond met een vinger in de lucht, alleen nu door de zorgflat. De verwijtende blikken komen van de galerij: ‘daar heb je er weer zo één die niet naar haar moeder omkijkt’. Want dat is de conclusie, slechte dochter, ze vragen zich nooit af wat die vader of moeder heeft aangericht dat die kinderen geen trek in ze hebben.
Ik zou willen dat ik mijn ervaringen met haar van me af kon schudden zoals een natte hond de regen. Alleen liggen ze in me verankerd als de stenen tafelen van Goliath.’
‘Was dat niet Mozes?’
‘Ook goed, maar er staat in ieder geval geschreven dat je een goeie dochter moet zijn, dus de hel is naast de tor ook een optie, want de strafmaten zijn fors in die hoek. Mede-stervelingen vinden het vaak heiligschennis als je zegt dat je je moeder niet fijn vindt, daar heb je ook weinig van te verwachten.
Aan strooien met dooddoeners geen gebrek: ‘ja maar het blijft wél je moeder’, of ‘wees maar blij dat ze er nog is’, of als je geen contact wel een lekker idee vindt, krijg je psychologische kwakzalverij als ‘contact verbreken is ook lijden hoor’, allemaal wijsheid uit de Libelle, de nationale pro-gezinsgids. Want wat zou het lijden zijn dan? Dat je bevrijd bent van de schuld dat je het nooit goed doet, het nooit goed is of goed wordt? Klinkt mij als pure verlichting in de oren.’
‘Mensen die dat soort dingen roepen hebben zelf een fijne moeder of gebrek aan inlevingsvermogen. Maar waarom moet jij die tor worden, je bent al genoeg gestraft.’
‘Omdat het me niet lukt om op een volwassen, rationele manier met de situatie om te gaan, ik blijf een boze driejarige die geen kusjes wil geven. Ik heb geen zin in haar verhalen over haar kennissen die al-le-maal fantastische dochters hebben die altijd klaar staan. En dan die blik op mij. Zelfde verhaal, ander decor.’
‘Slechte dochters bestaan niet, nou ja, je hebt ze wel maar daar zijn dan ook gelijk films over gemaakt.’
‘Pas ben ik een paar maanden weggebleven. En weet je, het was haar niet eens opgevallen. Toen ik er iets over opmerkte, zei ze: ‘’Van mij hoef je niet te komen, als ik wat nodig heb hoor je het wel.’’ Ik ben opgestaan en naar huis gegaan en voelde me voor het eerst even geen slechte dochter.’
‘Ik denk niet dat je een tor wordt in het hiernamaals, of anders twee, om samen te kunnen spelen. Maar ik verwacht eerder dat je een medaille van God zelf krijgt voor het oeverloos vechten tegen windmolens.’
‘Een medaille van chocola dan, voor die van drie.’



