‘Zullen we oudejaarsloten kopen? Als potentiële aanvulling op ons pensioen.’
‘Denk je dat je een substantieel bedrag kunt winnen? Die kans is 0,00001316 procent. Bij de bejaardenbingo heb je meer kans op een prijs. Kijk naar je ouders, die hebben hun hele leven loten gekocht voor de oudejaarsloterij. Ik heb nooit gehoord dat er iets te vieren viel, of we moeten verrast worden door de erfenis, maar het zou zomaar kunnen van niet. Maar goed, als je graag wilt, kunnen we ze kopen hoor.’
‘Iemand moet die prijs toch winnen, waarom wij dan niet?’
‘Het lijkt me een vorm van wishful thinking die kant noch wal raakt, maar oké, koop maar.’
‘Maar dan moeten we wel een eindnummer kiezen.’
‘Hoezo? Je krijgt toch gewoon een lot?’
‘Nee, je kunt zelf een eindcijfer kiezen. Dit jaar is het getal 26 in trek, maar dat doet iedereen, dus dan wordt de kans kleiner dat je wint. Je moet iets ingenieus bedenken. We nemen het getal 2026, daar trekken we ons gezamenlijke geboortejaar vanaf en vermenigvuldigen het met twee, want we zijn samen, en dan delen we het door ons huisnummer. Dat getal heeft niemand.’
‘Je weet dat het een computer is die de trekking doet, toch? Dat het universum er niks mee te maken heeft, het lot, God of een andere magiër. En er bestaat ook geen prijs voor de origineelste gedachte dan wel complottheorie om tot een eindgetal te komen.’
‘Jij bent zo onromantisch.’
‘Sinds wanneer is een loterij romantisch?’
‘En we moeten ook even kijken wáár we het lot kopen. Bij de PostNL in de stad hangen kopieën van winnende loten, daar valt vaak prijs.’
‘Als dat al waar is, komt dat omdat hij in het centrum van Rotterdam zit, waar veel mensen komen, wat procentueel de kans vergroot. Er komt weinig magie aan te pas, het is een…’
‘Ja, ja, een computer. Of heb je liever onze leeftijd keer het huisnummer min de maanden van onze verjaardagen en de som van mijn telefoonnummer?’
‘Waarom jouw telefoonnummer?’
‘Daar zitten meer zessen in en een paar vieren, en zes min vier is twee, dat is dan de twee van 2026, en die twee keer, en de zes zit er ook in, dat is toch een mooie combi? De nul moet ik nog even naar kijken.’
‘Ik zal je zeggen wat de nul is: dat is de nul van nul euro die je gaat winnen.’
1 januari 2026:
‘En kunnen we al stil gaan leven na je magische nummertruc?’
‘Nee maar ik heb wel gewonnen! Ik zei het toch? Niet de hoofdprijs, maar wel honderd euro. Dat is een verdriedubbeling van mijn inleg.’
‘Je had toch drie loten gekocht?’
‘Ja, maar de prijs is op één lot, dus dat is keer drie. Die andere hebben gewoon niks, die zijn af. Ik wist wel dat ik ging winnen, zoiets voel je.’
‘Dus je hebt een tientje verdiend.’
‘Nee hoor. Ik ben er blij mee. Ik ga iets leuks kopen voor zeventig euro, eerlijk verdiend.’



