‘En, ben je gelukkig?’
‘Ja hoor, schat.’
‘Ja hoor?! Wat is dat voor antwoord? Dat zeg je als het over eten gaat! Vind je bruin brood ook lekker? Ja hoor…’
‘Nou gewoon, ik ben heus wel gelukkig.’
‘Hoezo heus, wat betekent heus? Dat betekent dat er iets aan schort. Dan zou ik weleens willen weten wat er dan aan de hand is. Volgens mij heb je alle reden om gelukkig te zijn. Kijk om je heen: mooi huis in een fijn dorp, afbetaald, smaakvol ingericht, door mij natuurlijk.
De kinderen zijn aardig terechtgekomen, al lijkt Maurice natuurlijk wel heel erg op jou, maar goed, als hij maar voldoende aangespoord wordt komt dat wel goed. En je hebt mij, al meer dan vijfentwintig jaar je steun en toeverlaat. Ik heb het beste in je bovengehaald zodat je toch een mooie carrière kreeg met een goed salaris.
Dus vertel mij maar eens wat daar niet goed aan is, me dunkt zeg.’
‘Dat zei ik toch niet.’
‘Je zegt heus en hoor.’
‘Ja nou, nee, dat bedoel niet, dat ik ongelukkig ben, maar je hebt toch allemaal wel iets wat je graag anders had gewild in je leven?’
‘Zoals?’
‘Nou, ik had best aardig werk maar ik was liever architect geworden, leuk, ontwerpen.’
‘Jij? Je hebt de fantasie van een kanarie. Dat zag ik wel toen we nieuwe spullen kochten, het een was nog gekker dan het ander wat je aanwees. En prijzig, maar ze noemen het dan design in plaats van gewoon een bank.’
‘Ik hou van opvallende, innovatieve ontwerpen. Van gebouwen en steden waar oud en nieuw wordt gemixt. Rotterdam, Bilbao.’
‘Dat bedoel ik: smakeloze steden vol criminaliteit, nee hoor, daar heb ik niks te zoeken. Geef mij maar leuke stadjes zoals Volendam, dat is pas mooi. Zo leuk en hier in Zwijndrecht is het ook heel gezellig.’
‘Gezellig… dat is zo’n nikserig woord.’
‘O, nou, ik heb anders wel erg mijn best gedaan om het hier in huis gezellig te maken.’
‘’t Is ook best leuk.’
‘Best, daar ga je weer. Nou, wat heb je nog meer aan te merken? Het is hier niet gezellig en we moeten naar een woontoren in de stad, wat nog meer?’
‘Dat zeg ik toch niet, ik zei alleen dat het me leuk leek om architect te zijn. Dan doe je ook andere ervaringen op.’
‘Ervaringen? Wat voor ervaringen? Met vrouwen bedoel je zeker! Nou, en bedankt! Ik sta mijn leven lang voor je klaar, voed je kinderen op en nou had je wel een heel ander leven gewild. Beetje laat vind je ook niet? Alsof het leven met jou zo’n feest is.’
‘Schatje, je maakt van een mug een olifant, er is niks aan de hand.’
‘Noem het maar niks, als je maar weet dat als we gaan scheiden, alles voor mij is. En het huis hou ik ook want dat vind je toch lelijk. Ga je maar iets anders zoeken met je nieuwe vrouw. Gezellig.’
‘Schatje, ik wil helemaal niet scheiden. Je vroeg of ik gelukkig was, nou dat ben ik, met jou, heel gelukkig. Heus wel. En het is hier heel gezellig.’



