‘In 2002 raakte ik door een reorganisatie mijn baan bij een bank kwijt. Ik was zwanger van mijn dochter en woonde met mijn toenmalige man in Den Haag. De relatie met hem was moeizaam, mijn ex-man had psychische problemen en gebruikte drugs. Ik bleef bij hem omdat ik hoopte dat het allemaal goed zou komen, ook voor mijn dochter die in 2003 geboren was. Ik gunde haar een gezin.
De realiteit was echter dat ik mijn dochter niet alleen durfde te laten met haar vader waardoor ik geen werk kon zoeken. Mijn ex-man mocht in eerste instantie niet werken omdat hij een Amerikaan was en nog geen werkvergunning had. Later, toen het wel mocht, werkte hij zo hier en daar maar door zijn gedrag werd hij net zo vaak ontslagen als dat hij werk had.
We kwamen in de bijstand terecht en ondertussen werd de situatie in huis steeds alarmerender. Mijn ex-man werd agressiever en dreigender. In 2007 ging ik samen met mijn dochter bij hem weg. Eerst bleven we nog in Den Haag, maar mijn ex-man dreigde én om mij te doden én/of onze dochter mee te nemen naar Amerika. De situatie was onhoudbaar en met hulp van vrienden dook ik onder op een geheim adres waar ik drie maanden bleef. Later kreeg ik, met sociale urgentie, een huis op het platteland van Groningen toegewezen en ik kreeg eenhoofdig gezag over mijn dochter.
De jaren erna heb ik in een staat van permanente alertheid geleefd, me constant bewust van het feit dat hij mij en mijn dochter zou kunnen vinden. Daar kwam een einde aan toen hij in 2019 overleed, mijn dochter was toen zestien jaar. Vermoedelijk is hij overleden aan longkanker en ik begreep van het hospice dat hij schizofreen was, iets wat ik altijd al had gedacht.
Ondanks dat de dreiging was weggenomen kostte het me nog een flinke tijd om uit mijn overlevingsmodus te komen en weer te gaan leven.
Ik had al die jaren geen betaald werk gedaan, wel onbetaald vrijwilligerswerk met een uitkering.
Op mijn vijfenvijftigste keerde ik terug naar de schoolbanken en was na twee jaar gediplomeerd ervaringsdeskundige. Ik ging betaald aan de slag als cliëntondersteuner voor mensen met verslavingsproblematiek, niet aangeboren hersenletsel en mensen met een forensische titel. Na het faillissement van die stichting ging ik, ook als ervaringsdeskundige, werken bij het landelijk expertisecentrum ‘Sterk uit Armoede’.
En wat ik nooit had verwacht: ik ontmoette een man terwijl ik op de opleiding zat. Na verloop van tijd zijn we getrouwd en kochten we een huis. Mijn inmiddels volwassen dochter woont er ook maar wel in een kangoeroe-woning waarin ze zelfstandig is.
Op persoonlijk vlak is het goed gekomen maar de herinnering aan de lange periode van armoede en stress zal ik nooit vergeten.
Niet alleen de stress die de situatie rond mijn ex-man veroorzaakte maar ook de constante geldzorgen gaven zo’n enorme spanning. Huur, ziektekosten en energie nemen de grootste hap uit je inkomsten. Je bent altijd aan het rekenen en probeert steeds te bezuinigen. Hele zondagen lag ik ‘s winters met mijn dochter onder de dekens in bed om maar niet te hoeven stoken, bang voor de afrekening.
Hoe je woont, bepaalt mede hoe hoog die rekening wordt. Het huis dat ik kreeg toen ik met mijn dochter de Randstad ontvluchtte was een sociale huurwoning, een hoekwoning. Ik was allang blij maar het huis was niet geïsoleerd, in de spouwmuren was de isolatie vergaan, het had ramen met enkelglas, onder de voordeur zat zo’n grote kier dat je naar buiten kon kijken en er zat schimmel in huis door vocht.
Ik heb de problemen aangekaart bij de woningcorporatie. Ze stuurden een inspecteur, die rondkeek en zei dat er geen vochtprobleem kon zijn want er zaten spinnen in de gang en spinnen houden niet van vocht. Over de kier bij de deur zei hij dat een ruimte van één centimeter aanvaardbaar was. Hij nam mijn problemen niet serieus.
Een paar jaar later ging de woningcorporatie het blok waarin ik woonde verduurzamen door de ramen te voorzien van dubbelglas, maar ze wilden niet de buitenmuur isoleren die voor de meeste kou zorgde. Halve maatregelen waar je wel meer huur voor moet betalen. En wat ook bijna schokkend is, is dat er bij verduurzaming van een huurwoning een energievergoeding in rekening mag worden gebracht door de woningcorporatie, de energieprestatievergoeding (EVP). De wereld op zijn kop want je betaalt huur en in dat bedrag zit onderhoud verrekend. Die energievergoeding zit niet in het huurbedrag, dus je krijgt er ook geen huurtoeslag over.
Zo blijft energiearmoede ook in stand na verduurzaming.
Dat deugt niet, net zomin als het deugt dat Shell miljardenwinsten maakte tijdens de energiecrisis terwijl andere mensen ieder dubbeltje moesten omdraaien om de energiekosten te kunnen opbrengen.
Ik zet me er als ervaringsdeskundige voor in om dit soort zaken aan de kaak te stellen en te stimuleren dat verduurzaming van sociale huurwoningen effectiever wordt aangepakt, bijvoorbeeld door gezamenlijke materiaalinkoop. Energie is geen luxeproduct, armoede is geen keuze, daar kun je in terechtkomen door omstandigheden.
Ik vind het belangrijk om ervaringen te bundelen en te delen, zodat bij mensen die beleid maken en bij mensen die de armoede niet kennen duidelijk wordt wat de effecten zijn van beleid en van armoede.
Iedereen verdient een plek waar je tot rust kan komen zonder zorgen of de kachel of de douche wel aan kan. Op dit moment is dat niet het geval, wat raar is in een welvarend land als Nederland.’
Riane (62)
Andrea (57)
Marga de Waard
Mijn naam is Marga de Waard en schrijven is mijn grote liefde. Sinds 2020 ben ik storyteller. Daarvoor werkte ik als sociaal werker, bij het COA, in de jeugdhulpverlening en bij de reclassering. Veel ontmoetingen en veel verhalen om door te geven.
En dat is wat ik nu doe, persoonlijke verhalen vastleggen om een gezicht te geven aan de mensen achter een maatschappelijke vraagstuk. Ik werk in opdracht én ontwikkel zelfstandig thematische projecten waarvoor ik fondsen werf. De verhalen bereiken het publiek via exposities, magazines en publicaties.



