Wiek (1936) en Trudy (1940)

Toen ik jong was kochten woningbouwverenigingen de nieuwbouw in een bepaalde wijk op. Als het de katholieke woningbouwvereniging was, kwamen er dan ook katholieken wonen. Er kwam een katholieke school en allerlei activiteiten, zoals dansavondjes, werden georganiseerd vanuit de parochie. De meeste gezinnen die in zo’n wijk woonden hadden veel kinderen, dat was de norm.
Bij ons thuis waren we met onze ouders meegeteld met zijn negenen. Mijn moeder was streng in de leer, dat is ze haar hele leven gebleven. Maar als ik erop terugkijk was het niet verkeerd.
Trudy woonde in een ander deel van Den Haag en had maar één broer. Haar moeder was van origine Pools, ze woonde in het Ruhrgebied in Duitsland. Ze kwam naar Nederland toen er hier een tekort aan dames in de huishouding was. Ergens is ze toen Trudy’s vader tegen het lijf gelopen, een echte bon vivant.
We hebben elkaar leren kennen op de dansavond van de katholieke kerk, niet die in mijn wijk, maar die in de Elandstraat. Het dansen was op zondagavond en officieel alleen voor katholieken, daar moest je een bewijsje van meenemen. Maar er kwam van alles.
Ik vond Trudy heel verzorgd om te zien, dat vond ik mooi. Ze was bescheiden, was meer op de achtergrond aanwezig dan dat ze veel zei. Trudy vond dat ik lekker danste, stevige handen had en ze voelde zich op haar gemak bij mij. En ik had een mooie kuif.
Naar aanleiding van die eerste avond maakten we een afspraakje voor het weekend daarop. Toen gingen we naar de bioscoop, naar de Metropool, want dat was de betere bioscoop waar je naartoe ging. We zagen er West Side Story, die is nog steeds beroemd.
Toen we verkering hadden, zijn we elke zondag consequent naar de kerk gegaan. Niet omdat we dat zelf zo belangrijk vonden maar omdat we dan een uur langer samen konden zijn. Van begin af aan klikte het. Ik wilde zoveel mogelijk bij haar zijn. Ik kon zelfs jaloers zijn; ik dacht soms: potverdorie, al die kerels met wie ze werkt, er is er vast eentje bij die haar van me afpikt. Maar je groeit steeds meer naar elkaar toe.
Trudy ging werken bij Vroom en Dreesmann, in de binnenstad van Den Haag, eerst op kantoor en later als verkoopster. Ik werkte niet ver bij haar vandaan, ook op kantoor, en ik ging tussen de middag altijd even bij haar langs. Ik was negentien toen ik werd opgeroepen voor militaire dienst. Dan zag je elkaar een week niet, maar je groeide er ook door. Er was geen telefoon, je ging brieven schrijven. Ik werd in die periode opgeleid tot sportinstructeur, dat vond ik geweldig. Sport, met name voetbal, is altijd heel belangrijk geweest in mijn leven. Ik ben naast mijn werk jaren trainer geweest. Achteraf moet ik toegeven: als je eenmaal die tik te pakken hebt, dan bestaat je leven voor een groot gedeelte uit voetbal en verwaarloos je je gezin omdat je er nooit bent. Mijn weekenden stonden altijd in het teken van voetbal.
Trudy was niet sportief, maar ze ging weleens mee. Ik zal nooit vergeten dat ik een wedstrijd had, de bal over de zijlijn rolde en ik hem in moest gooien.
Ik pak die bal, ik kijk op en tot mijn verbazing staat zij recht voor me. Zij had nooit gezegd dat ze naar het voetbal zou komen kijken. En toch stond ze daar. Die bal viel gewoon uit mijn handen.
Op een gegeven moment gingen we verloven, dat betekende samen sparen en samen winkelen. Wat wil jij, wat wil ik als het eenmaal zover is. Het kwam natuurlijk goed uit dat ze bij Vroom en Dreesmann werkte. Na ons huwelijk gingen we inwonen bij mensen, maar we hadden wel een hele etage voor onszelf. Daarna vertrokken we naar Zoetermeer waar nieuwe huizen werden gebouwd.
Voor ons huwelijk was er geen poespas, we deden geen gekke dingen. Niemand sliep met elkaar voor het huwelijk, dat was gewoon de norm. In die katholieke buurt moest je voor de buitenwereld ook geen gekke dingen hebben gedaan. Iedereen deed het zo. Dus wij ook.
In 2022 waren we samen naar tennis geweest, Trudy deed bardiensten en ik speelde. Toen Trudy klaar was met haar bardienst bleef ik nog even hangen. Toen ik thuiskwam vond ik haar bewusteloos op de grond, ze had een hersenbloeding gekregen.
Nu woont ze hier in de zorginstelling maar ik ben er iedere dag en probeer haar leven aangenamer te maken. Als ik ’s avonds naar huis ga, kom ik thuis in een lege kamer. Ik verveel me niet, maar ik ga graag naar haar toe. Ik heb veel tijd aan mijn voetbalcarrière besteed terwijl zij voor de kinderen zorgde, dus qua investering heb ik nog wat goed te maken. En als ik hier zo eens rondkijk, denk ik: die van mij doet het nog steeds goed.

Wout (1936) en Loes (1942)

Wil je met me lopen? Zoetermeer
‘Die tante bleek niet genoeg bedden te hebben, maar samen slapen mocht natuurlijk niet. Ik heb toen in de badkuip…
Lees meer

Thea (1937)

Wil je met me lopen? Zoetermeer
‘Ik bad: ‘’Heilige Antonius, ik wil nu wel eens de ware ontmoeten want ik heb al zoveel vriendjes gehad.’
Lees meer

Marga de Waard

Mijn naam is Marga de Waard en schrijven is mijn grote liefde. Sinds 2020 ben ik storyteller. Daarvoor werkte ik als sociaal werker, bij het COA, in de jeugdhulpverlening en bij de reclassering. Veel ontmoetingen en veel verhalen om door te geven.
En dat is wat ik nu doe, persoonlijke verhalen vastleggen om een gezicht te geven aan de mensen achter een maatschappelijke vraagstuk. Ik werk in opdracht én ontwikkel zelfstandig thematische projecten waarvoor ik fondsen werf. De verhalen bereiken het publiek via exposities, magazines en publicaties.