Ria: Ik heb meerdere keren verkering gehad, drie keer om precies te zijn. Meer dan me lief is, zeg ik nu met terugwerkende kracht. Ik had niets geleerd van of bij mijn ouders; ze zijn nooit een voorbeeld geweest. Ik moest alles zelf uitzoeken en dan kies je niet altijd het goede, domweg omdat je niet weet waar je op moet letten.
Op mijn tiende gingen mijn ouders scheiden en stond ik er alleen voor. Mijn moeder had een ander, mijn vader had een ander, en ik hing er maar zo’n beetje bij, ik zat in de weg bij hen. Mijn broers en zussen waren al oud genoeg om hun weg te vinden, maar ik nog niet. Ik sliep dan hier dan daar, bij een tante, bij een nicht; soms nam mijn vader me weer een paar nachten. Maar ik heb ook ’s nachts op straat gezworven. Ik had niets, en dat duurde tot mijn achttiende. Toen werd ik aan een jongen gekoppeld door de vriend van mijn vriendin. Niet mijn type, en later bleek hij onbetrouwbaar, maar ik dacht: door hem krijg ik een eigen plek. Na twee jaar zijn we getrouwd en kreeg ik mijn eerste kind. Na nog twee jaar wilde ik scheiden, en toen heeft hij gedreigd me om te brengen. Maar ik ging toch, met mijn kindje.
Ik had allerlei baantjes. Vroeger sloeg je de krant open, belde je op en dan kon je de volgende dag al beginnen.
Na verloop van tijd ontmoette ik mijn tweede man. Hij was hartstikke leuk met die kleine, maar ontrouw, en hij bracht amper geld in. Met hem kreeg ik nog twee kinderen. Ik heb het twaalf jaar lang met hem geprobeerd, af en aan, maar in 1983 ben ik gescheiden.
Paul: Ik was niet zo’n rokkenjager. Ik woonde in een klein dorp, samen met mijn vier zussen. Ik heb een fijne jeugd gehad, zo fijn dat ik tot mijn dertigste thuis heb gewoond.
Mijn eerste vrouw zag ik in de kroeg, een populaire meid, knap, waar alle jongens wel mee wilden. Ik kreeg haar, ik weet niet goed waarom. Ik koos haar feitelijk op haar uiterlijk, maar dat is me duur komen te staan. In het begin ging het wel, maar ze ging al snel met andere mannen om en had een alcoholprobleem. Ik heb heel lang goedgepraat wat ze deed. Scheiden was in mijn familie niet normaal en ja, ondanks alles heb ik nog lang van haar gehouden. Maar in 1982 zijn we gescheiden, de kinderen bleven bij mij.
Ria: Paul en zijn vrouw woonden in dezelfde straat als ik, in Den Haag, en onze kinderen speelden met elkaar. Ik was eerst bevriend met zijn vrouw, maar ik wist dat ze dingen deed die niet door de beugel konden; dat kon ik niet accepteren. Ik heb het Paul nooit verteld; hij is er uiteindelijk zelf achter gekomen.
Ook toen hij eenmaal alleen was, trokken Paul en ik veel met elkaar op, mede door de kinderen, we hielpen elkaar. We hadden een hechte, fijne vriendschap, tien jaar lang. Ik was tweeënveertig en Paul achtenveertig, toen de vriendschap veranderde.
Op een gegeven moment ging hij ’s avonds bij mij weg en pakte me opeens beet en begon me te zoenen. We schrokken er allebei van, maar het wakkerde bij mij wel een vlammetje aan.
Ik vond altijd dat hij mijn type niet was. Ik viel op mooie mannen en Paul was niet moeders mooiste, eerlijk gezegd.
We hebben toen eerst samen een goed gesprek gehad, omdat we onze vriendschap niet kwijt wilden raken. We hebben uren gepraat of we het aandurfden, en besloten het toen een kans te geven. Dat bleek een goed idee, want nu zijn we vierendertig jaar samen én gelukkig, en met alle kinderen hebben we een goede relatie.
De kinderen moesten er natuurlijk ook aan wennen. ‘Nee, toch niet Paul?’ zeiden mijn kinderen. En die van Paul hadden een muur om zich heen, maar ook dat is goed gekomen, al was dat natuurlijk niet altijd makkelijk toen ze pubers waren. Het was altijd vanzelfsprekend dat ik ook voor hen zorgde en Paul voor die van mij.
Hoewel we twee huizen hadden, was het nog lastig om een rustige plek te vinden waar we intiem konden zijn. We hadden eens geregeld dat zijn dochter een nachtje ging logeren bij mijn dochter. Dan hadden wij een keertje het huis voor onszelf. Maar toen puntje bij paaltje kwam, zei zijn dochter dat ze gezellig thuisbleef. Frustrerend, maar we moesten er ook wel om lachen. Maar ook dat is goed gekomen.
Twee jaar na de kus in de gang zijn we getrouwd en in het huis van Paul gaan wonen. Maar dat huis droeg zo’n geschiedenis met zich mee; dat vond ik niet fijn. Toen zijn jongste dochter uit huis ging, zijn we in Zoetermeer gaan wonen, in het huis waar we nu nog wonen.
Ik kan mezelf zijn bij Paul. Ik kon met hem praten over mijn jeugd en wat het met me had gedaan; dat was niet vanzelfsprekend.
We hebben een heel fijn huwelijk, zijn blij dat we elkaar nog hebben en dat we met wat aanpassingen nog steeds zelfstandig kunnen wonen. We kijken terug op een mooie tijd samen.
Paul (1942) en Ria (1946)
Selma (1940)
Marga de Waard
Mijn naam is Marga de Waard en schrijven is mijn grote liefde. Sinds 2020 ben ik storyteller. Daarvoor werkte ik als sociaal werker, bij het COA, in de jeugdhulpverlening en bij de reclassering. Veel ontmoetingen en veel verhalen om door te geven.
En dat is wat ik nu doe, persoonlijke verhalen vastleggen om een gezicht te geven aan de mensen achter een maatschappelijke vraagstuk. Ik werk in opdracht én ontwikkel zelfstandig thematische projecten waarvoor ik fondsen werf. De verhalen bereiken het publiek via exposities, magazines en publicaties.



