Thea (1937)

‘Ik bad: ‘’Heilige Antonius, ik wil nu wel eens de ware ontmoeten want ik heb al zoveel vriendjes gehad.’
Ik had altijd wel vriendjes, ook toen ik bij Shell werkte, toen scharrelde ik met een militair. Jan werkte ook bij Shell en toen ik eens op zijn afdeling kwam, riepen de jongens: ‘Jan, dat is nou een lekker grietje voor jou.’ Maar Jan had mij gezien met de militair, dus die dacht dat ik bezet was. Na die keer kwamen we elkaar ook niet meer tegen, omdat ik op verschillende locaties en in verschillende gebouwen ging werken. Jan nam aan dat ik getrouwd was met die militair en ontslag had genomen, dat hoorde zo, als je trouwde.
Maar ik was er nog en werd secretaresse van de hoofdredacteur van Shell Post, een intern blad voor alle medewerkers. Op een gegeven moment wilde mijn baas mij in het blad zetten. Hij wilde dat mensen wisten wie zijn secretaresse was. Ik vond dat niet zo nodig, maar hij maakte stiekem een foto en die belandde in het blad, op de voorpagina!
Jan kreeg het blad natuurlijk ook en zei: ‘Godallemachtig, ze zit daar nog!’ Hij belde meteen naar de redactie met de smoes of er foto’s van de atletiekvereniging van Shell geplaatst konden worden. Hij was daar voorzitter van. Toen hij de foto’s kwam brengen zei hij: ‘Je bent dus niet met die militair getrouwd.’ Ik antwoordde van niet en zei ook maar gelijk dat ik niemand had. Ik dacht: laat het maar duidelijk zijn. Diezelfde dag vroeg hij me mee uit.
Ik was het eerste en enige liefje van Jan. Hij wist nog dat ik, op mijn zeventiende, toen ik bij Shell begon, zo’n schattig angora truitje en een wijde blauwe rok aanhad en kuiltjes in mijn wangen had. Hij was negenentwintig jaar, ik drieëntwintig, toen we verkering kregen.
Een half jaar voor ik verkering kreeg, ging ik met een jongerenreis naar Italië. Ik bezocht het bedevaartsoord Padua waar de heilige Antonius begraven ligt. Ik bad: ‘Nou Antonius, ik wil wel eens de ware ontmoeten, want ik heb al zoveel vriendjes gehad.’ Vlak erna ontmoette ik Jan en ook hij bleek een grote Antoniusvereerder te zijn. Ons hele leven is dat zo gebleven: als er iets is, roep ik Antonius aan en dan komt het allemaal wel goed. Hij is onze huisheilige.
We hadden een goed half jaar verkering toen we gingen trouwen. Jan had een tante, tante Bet, van ver in de tachtig, die in een heel mooie flat woonde in de buurt waar ik woonde. Haar kinderen wilden dat ze naar een bejaardenhuis ging, maar ze wou voor geen prijs dat huis uit. Wij zeiden wel eens tegen elkaar: ging ze nou maar, dan konden wij dat huis kopen. En toen overleed ze… Stiekem knepen we onze handen dicht. Maar de familie moest dat ook goed vinden en die had ik nog helemaal niet ontmoet. En dat waren veel mensen: Jan had twaalf broers en zussen, zijn vader zestien. Op de verjaardag van zijn vader stelde Jan me aan iedereen voor. Ze vroegen gelijk wanneer we gingen trouwen en of dat huis van tante Bet niks voor ons was. En zo geschiedde: in november 1960 zijn we voor de wet getrouwd, in februari van het jaar erop trouwden we in de kerk en betrokken we het huis.
Ik ben de oudste van zeven kinderen. Ik heb een fantastische jeugd gehad; mijn moeder was meer mijn vriendin dan mijn moeder. We waren thuis heel katholiek, maar ook heel ruimdenkend. Er kwamen toen al homo’s bij ons over de vloer. En mijn ouders gaven me vertrouwen: als ik uitging, mocht ik zelf weten hoe laat ik thuiskwam. Eenmaal thuis klopte ik aan hun slaapkamerdeur en dan riepen ze: ‘Joehoe!’ En dan ging ik naar bed. Mijn moeder overleed jong, pas tweeënveertig jaar oud.
Die ruimdenkendheid heb ik meegenomen mijn huwelijk in. Ik heb me als een van de eerste vrouwen in Nederland laten steriliseren. In het ziekenhuis zei de katholieke arts: ‘Zo, mevrouw, u durft!’ Ik zei tegen hem: ‘Het is mijn lijf en mijn leven.’ Hij stuurde me naar huis met een half jaar bedenktijd. Na die zes maanden kwam ik terug en stemde hij toe. Maar de nonnen in het ziekenhuis keken mij misprijzend aan na de operatie. Dat was in ’67, op het kantelpunt van ‘baas in eigen buik’.
Ons geloof is altijd heel belangrijk geweest, al heb ik minder met het hele instituut. Geloof is iets heel anders. Jan was tweeëntwintig toen hij reisleider werd van de bedevaarten naar Beauraing. Hij is altijd heel actief geweest voor de kerk, als kerkmeester, maar ook als adviseur van de bisschop. Iedereen kwam bij ons over de vloer. Ook Jan was heel ruimdenkend.
We gingen regelmatig naar klassieke concerten en we organiseerden thuis ook concertjes. En we kampeerden, eerst samen en later met onze drie zoons. We hadden een heel fijn huwelijk tot Jan overleed in 2021.
Op mijn zesentachtigste kreeg ik een onverwacht cadeautje: ik kreeg opnieuw verkering, met Gerhard. Ik ken hem via het bestuur van de Katholieke Bond van Ouderen. Het klikt enorm tussen ons. We denken en voelen exact hetzelfde. Anders dan met Jan, maar ook heel bijzonder. Helaas heeft hij onlangs een fietsongeluk gehad. Sindsdien woont hij in een verzorgingshuis in Scheveningen. Gerhard was een rijzige, sportieve man die van alles ondernam, maar nu… We kunnen nog kletsen en knuffelen en we bellen elke dag. Hij is blij dat hij mij heeft; het houdt hem op de been, maar het is wel heel anders geworden.
Ik ken best veel verdriet, zo is onze oudste zoon vorig jaar overleden. Maar ik kijk naar wat er wel is, niet naar wat en wie ik verloor. Dan kan ik ook dankbaar zijn en dankbaarheid overstijgt gevoelens van verdriet.

Wout (1936) en Loes (1942)

Wil je met me lopen? Zoetermeer
‘Die tante bleek niet genoeg bedden te hebben, maar samen slapen mocht natuurlijk niet. Ik heb toen in de badkuip…
Lees meer

Marga de Waard

Mijn naam is Marga de Waard en schrijven is mijn grote liefde. Sinds 2020 ben ik storyteller. Daarvoor werkte ik als sociaal werker, bij het COA, in de jeugdhulpverlening en bij de reclassering. Veel ontmoetingen en veel verhalen om door te geven.
En dat is wat ik nu doe, persoonlijke verhalen vastleggen om een gezicht te geven aan de mensen achter een maatschappelijke vraagstuk. Ik werk in opdracht én ontwikkel zelfstandig thematische projecten waarvoor ik fondsen werf. De verhalen bereiken het publiek via exposities, magazines en publicaties.